Blogbericht Erwin Engelsma

Silbersee Homo Instrumentalis: de machine, schrikbeeld of geschenk?

De relatie tussen mens en machine uitgebeeld.

Silbersee is een Nederlandse productiekern voor onorthodox muziektheater en experimentele opera, onder leiding van Romain Bischoff. De uitvoering was in de Verkadefabriek op 5 november 2017.

Homo Instrumentalis
Het hoofdthema van de voorstelling Homo Instrumentalis is de relatie tussen mens en machine door de tijd. In het verre verleden, het verleden dat kort achter ons ligt, het nu, en de mogelijkheden voor de toekomst.

Voorafgaand aan de voorstelling was er een discussie over dit onderwerp, over hoe robotisering (in een zeer brede betekenis van het woord) de mens kan helpen. Conclusie was dat hoewel er realistische dreigingen zijn er ook enorme kansen zijn om ons leven ten goede te veranderen. Dit werd ondersteund met het voorbeeld van een violiste die door een ongeluk haar onderarm was kwijtgeraakt, maar die door een slim mechaniek toch weer kon spelen. Ook de positieve invloed van robotisering op moeilijke hartoperaties werd besproken. Zoals van tevoren werd uitgelegd is Homo Instrumentalis een theaterstuk dat in vier delen uiteenvalt.

Het eerste deel wat in oud Griekse stijl werd uitgevoerd, was geïnspireerd op de Antigone van Sophocles waarin de lof van de rede van de mens die de natuur aan zich onderwerpt werd bezongen. Vier dames die aan Kariatiden deden denken zongen dit stuk a capella. De zang vergde meteen wel veel van het publiek, onverstaanbare teksten met veel prr-, klik- en sis-geluiden, die gelukkig wel op de achtergrond in meerdere talen werden geprojecteerd. Scheurende dissonanten, die dan toch goed met het thema harmonieerden.

Het tweede deel behandelde de mens in de fabriek, tot onderdeel van de grote machine geworden en gereduceerd tot iets onbetekenends. Met elektronische muziek en het meteen electronisch omvormen van de zangstemmen en audiovisuele hulp werd het onverdraagzame van dit bestaan indringend uitgebeeld. De snerpende klanken, het geluid van ijzer op ijzer, brachten een indringende boodschap over.
Daarbij werd ook gedanst, break dance bewegingen werden er bij gehaald, en de vermorzeling van de mens werd aangrijpend uitgebeeld door de mensen die onder het projectie scherm kwamen te staan en erdoor leken te worden platgedrukt.

Het derde deel concentreerde zich op het nu en hoe de mens langzaam tot een cybernetisch organisme aan het verworden is. Computertaal, ben ik een mens, kan een machine een mens zijn, is een mens een machine, het inspireerde tot wat filosofisch denkwerk. Het verenigen van mens en machine werd uitgebeeld door klanken die de zangeressen live zongen, waarvan je je afvroeg hoe een mens dit kan, en hoe men dit complexe geheel van razendsnel afwisselende stemmen en dialogen zo perfect had weten in te studeren. Tegelijk werd dit ook nog eens in de dans uitgebeeld: mensen die robot achtig gingen bewegen, robots die mensachtig gingen bewegen.

Het vierde en laatste deel ging op zoek naar de toekomst. Tussen de sterren doorreizend in een scene die vaag aan het einde van ‘A space odyssey’ deed denken doemde in de verte een rood licht op. Het punt Omega wellicht, zoals Pierre Teilhard de Chardin dat had bedoeld. Een punt vol goede beloften.

Al met al was dit een spektakel waarvan ik me afvroeg hoe mensen het voor elkaar krijgen om het ingestudeerd te krijgen. De razendsnelle en complexe dialogen, de snelle wisselingen in acties. Ik voelde door mijn emoties heen hoe naar het leven geweest moest zijn van de fabrieksarbeiders, hoe uitzichtloos. Maar bovenal voelde ik me ook hoopvol. Wij mensen zijn nu eenmaal een soort die al bijna zijn hele bestaan lang machines maakt. Er gloort ook hier vast een goede toekomst.

Erwin Engelsma - foto's: Caroline Seidel

  Reacties
Er zijn nog geen reacties. Je kunt als eerste reageren door het formulier in te vullen.
Reageer