Blogbericht spot denbosch

Sonologie kent geen drempels

Interview met Kees Tazelaar hoofd Instituut voor Sonologie

Kees Tazelaar is docent aan en hoofd van het Instituut voor Sonologie van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Als 19-jarige kwam hij in contact met het Instituut voor Sonologie. Een nieuwe wereld ging voor hem open. Er was geen drempel om te beginnen aan een reis door deze elektronische wereld.

Opening FAQ festival 2017
Donderdag 6 april opende Tazelaar de Jaap Vink Special op het FAQ festival in de Willem Twee Concertzaal voorheen De Toonzaal in Den Bosch. Jaap Vink was de mentor van Kees Tazelaar.

Op internet las ik dat het Instituut voor Sonologie niet zozeer bedoeld was voor muziek maar meer gericht op wetenschappelijk onderzoek van het geluid.
Nou, nee, daar ben ik het niet mee eens, met die stelling. De kern van de activiteiten bestond uit het maken van elektronische muziek. Maar dat was inderdaad ingebed in een wetenschappelijke context waar in zekere mate onderzoek werd gedaan naar klankstructuren, perceptie, het gebruiken van computers voor het schrijven van instrumentale muziek. Er zat een wetenschappelijke component in maar het artistieke werk stond absoluut voorop.

Hoe wetenschappelijk was het dan?
Er waren ook wel studenten en stafmedewerkers die zelf niet componeerden en die zich meer richten op die exacte kant van het verhaal. Want als je elektronische muziek niet alleen wil maken maar je wil ook apparatuur ontwikkelen, ideeën ontwikkelen, computerprogramma’s ontwikkelen – en in die tijd was alles nog hoogst experimenteel – dan had je een wetenschappelijke component nodig om die dingen goed te doen. Dat geldt eigenlijk nu nog steeds.

Jaap Vink zei van zichzelf ‘Ik ben geen componist’.
Dat is beetje een houding van Jaap Vink. Hmm, kijk. Ik begrijp Jaap Vink heel goed. Ik wil me absoluut niet vergelijken met hem, maar hem is hetzelfde overkomen wat mij is overkomen. Toen ik als 19-jarige begon, was ik er niet op uit om mij te ontwikkelen als componist, maar ik had een soort gevoel, een handigheid met het omgaan van apparatuur om klanken te maken.

Dat was voor Jaap eigenlijk genoeg en voor mij was het uiteindelijk niet genoeg. Ik wilde wél componist zijn en ben daarom compositie gaan studeren. Dat heeft Jaap allemaal niet gedaan. Sommige van zijn stukken worden door ‘echte componisten’ nu nog steeds zeer gewaardeerd.

U bent eigenlijk achterstevoren begonnen?
Ja, dat zou je zo kunnen zeggen. Dat vind ik ook het goede van Sonologie, nog steeds eigenlijk. Dat die eenjarige cursus geen enkele drempel heeft. Vroeger was het zo dat als een elektronische studie onderdeel uitmaakte van een compositie afdeling van een conservatorium dan moest je bij de basis beginnen.

En dan is elektronische muziek iets waar je via die hele omweg mogelijk mee in aanraking komt. En bij Sonologie kon je en kan je nog steeds met die elektronische muziek in aanraking komen zonder je eerst dat traditionele pad van muziektheorie, compositie, contrapunt, fuga en noem het allemaal maar op, hoeft af te gaan.

Het is meer waardenvrij?
Ja. Het is niet zo dat wij dat soort zaken niet serieus nemen, maar als je elektronische muziekstudio’s alleen maar openstelt aan mensen die zich via de ‘ernstige muziek’ binnenkomen dan sluit je een hele generatie musici buiten die op een natuurlijke manier met technologie bezig zijn. Dat zou ik heel verschrikkelijk vinden.

Toen ik begon als 19-jarige speelde ik met bandrecorders en mijn elektrische gitaar. Verder had ik niks. En toch kon ik die cursus doen en ging er een hele wereld voor mij open.

  Reacties
Er zijn nog geen reacties.
Reageer
Log in om een reactie te plaatsen.